Cliënt E. Busken is misschien wel het laatste boek dat Jeroen Brouwers zal schrijven.
Hij is immers al op leeftijd (1940) en de kwalen die daarbij horen zijn hem niet vreemd. Voor een deel zullen de lotgevallen van zijn hoofdpersonage hem daarom niet vreemd zijn. Deze roman is een lange  innerlijke monoloog van een man die zich voorgenomen heeft niet meer te spreken en net te doen of hij doof is. Door drankmisbruik en ouderdom laten zijn lijf en geheugen hem in de steek, waardoor een gedwongen opname in het verzorgingshuis volgde. Op bijna Trumpiaanse manier looft cliënt E. Busken continue zijn eigen kwaliteiten, terwijl ieder die met hem omgaat ziet dat de het verval hem gesloopt heeft. Met de pen in azijn gedoopt bekijkt cliënt E. Busken zijn directe omgeving, zijn verzorgers en medecliënten.Op elke bladzijde zijn wel taalvondsten, prachtige zinnen, mooie observaties te vinden. Daarbij maakt Brouwers gebruik van schitterende humoristische taalvondsten, zoals:

“Soms noemt ze me Eetje. Omdat er E op mijn kamerdeur staat. Waar staat die E voor, wilde ze eens weten. Die staat voor Busken.”

“Asperger? Vergrotende trap van asperge. Asperge: groente, asperger: groenter

Het cynisme is zwarter dan zwart maar het is ook vaak bijzonder humoristisch. Het maakt van Cliënt E. Busken een prachtige toevoeging aan het toch al bijzonder uitgebreide en kwalitatief hoogstaande oeuvre van Brouwers.

Geschreven door Bart
Boek bestellen